Over het onvermogen van links en het succes van radicaal-rechts om de mening van het volk te vertolken
In de gastvrije omgeving van het Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) had de Rotterdamse socioloog Peter Achterberg een inleiding voorbereid onder de titel Populisme in de polder. Afscheid van de linkse arbeidersklasse. Na een korte uiteenzetting over het populisme in Europees verband waarbij ons land aanvankelijk achterliep op landen als Oostenrijk en België, wees Achterberg op de opkomst van Nederlandse politici als Nawijn, Pastors, Verdonk en Fortuyn. Zijn conclusie: er is ruimte op rechts. De vraag is hoe komt dat?
Achterberg heeft samen met zijn collega Dick Houtman een sociologisch kruisschema ontwikkeld, waarbij ze langs een verticale as een onderscheid maken tussen boven ‘cultureel links’ en onder ‘cultureel rechts’. De horizontale as kent aan de linkerkant de waarde ‘economisch rechts’ en aan de rechterkant ‘economisch links’. De maatschappelijke onderlaag/arbeidersklasse/economisch zwakkeren (over de definiëring ontstond veel discussie en ook over de vraag of de arbeidersklasse ooit links is geweest!) zit in het vak rechtsonder. Precies daar waar populistische politiek rechts zich ook ophoudt: cultureel conservatisme wordt hier gekoppeld aan economisch linkse waarden.
De gevolgen hiervan zijn dat er een kloof gaapt tussen burger en politiek. Daarom beschouwen veel van de populistische clubs zich niet als partij, maar vooral als beweging tegen de Haagse kliek en het verfoeide linkse Amsterdamse grachtengordel establishment. De verwachting bij sommigen dat de economisch crisis veel van de vroegere traditionele aanhang weer terug zou brengen bij traditioneel linkse partijen als PvdA en ook SP kwam/komt niet uit. Wilders en zijn PVV heeft economisch linkse thema’s (b.v. AOW en ontslagrecht) opgenomen in zijn populistisch programma en zijn uitstraling.Merijn Oudenampsen probeerde een antwoord te geven op wat populisme nu eigen is. Het is niet ‘U vraagt, wij draaien’. Door de zwakheid van links is populistisch rechts in staat om het volk te representeren. In analogie van de marketingfilosofie gaat het er niet zo zeer om of het merk aansluit bij de wens van de klant, maar om de klant het gevoel te geven dat hij of zij hoort bij het product. Belangrijk zijn beeldvorming en de politieke bekwaamheid om als beweging de mening van het volk te vormen.
Aan de hand van populaire filosofen uit de tachtiger jaren zoals Louis Althusser, Ernesto Laclau, Chantal Mouffe, Stuart Hall en Antonio Gramsci trachtte Oudenampsen te verklaren hoe rechts in staat is om in het communicatieproces tussen politieke leiders en het volk politieke opvattingen te vormen. Met andere woorden het betreft een ideologische klassenstrijd om het gezonde verstand! Dit vereist een nieuw links, dat in staat is om scheppend te handelen. Alleen zo kunnen we de manoeuvreerruimte voor rechts beperken.
Een geanimeerd debat vormde de afsluiting van de twee lezingen. Thema’s waren onder meer: hoe links was en is de arbeidersklasse eigenlijk; waarom vormen die tachtiger jaren filosofen zo’n belangrijke inspiratiebron voor Oudenampsen; is zo’n schema van Achterberg en Houtman eigenlijk niet veel te simpel?
Hierna werd onder het genot van een drankje de discussie voortgezet en constateerde de redactie van Kritiek tevreden dat dit onderwerp terecht aandacht verdient in het komende nummer. De verwachting is dan ook dat de aangezochte auteurs Achterberg, Houtman en Oudenampsen de discussie op deze Kritiek-bijeenkomst mee zullen nemen in hun artikelen voor het komende jaarboek Kritiek 2010.
Download flyer: